Maandelijks archief: februari 2017

Rudi Kappel

Ronald Elwin Kappel werd geboren op 12 november 1926 te Port of Spain, Trinidad. Op vierjarige leeftijd ging hij voor enige tijd wonen bij de broer van zijn moeder, Dolf de Boer, in Paramaribo. Hij bezocht als kleuter de Conradischool, om later naar de Hendrikschool over te gaan. Op zijn dertiende werd hij met zijn moeder herenigd op Curaçao. In familiekringen werd hij liefkozend Sonny genoemd. Vrienden noemden hem Rudi.

Na voltooiing van zijn schoolcarrière op Curaçao, waar hij zijn mulo-diploma behaalde,

Rudi Kappel voor een vliegtuig op Hato, Curaçao

zette Kappel eerst zijn schreden in de handel. Al spoedig bleek dat hij daar niet voor in de wieg gelegd was, aangezien zijn hart ergens anders lag: bij de luchtvaart. Hij vertrok naar Miami voor het volgen van een opleiding tot piloot. Op de Embry Riddle Aviation Training School behaalde hij op 21 augustus 1948 zijn brevet met de bevoegdheden single/multiple engine, land/sea en blindvliegen. Dit brevet werd op 15 februari 1951 in Suriname geldig verklaard.

Na het behalen van zijn brevet kreeg Rudi een vliegtuig cadeau van zijn moeder, Nora Kappel-de Boer. Dit vliegtuig kreeg in Suriname de voorlopige registratie PZ-NAB. Het toestel heeft zijn beoogde thuishaven echter nooit bereikt. Op weg naar Suriname maakte hij op 5 februari 1951 een noodlanding op Aruba. Op ongeveer dertig mijl uit de kust ontstonden er problemen in de benzinetoevoer naar de linkermotor. Omdat het toestel snel hoogte verloor, wilde Kappel niet over de stad naar het vliegveld vliegen, maar besloot hij tot een noodlanding. Die liep gelukkig goed af en Kappel en zijn passagier, de Amerikaan Maurice de Jong, kwamen met de schrik vrij. Na deze valse start groeide Kappel in de jaren daarna uit tot een ware pionier van de Surinaamse luchtvaart. Met zijn zakenpartner Herman van Eyck legde hij de basis voor de latere Surinaamse Luchtvaart Maatschappij (SLM, het huidige Surinam Airways).

Voor de Piper Cub (PZ-NAC met de naam Colibri) waar de eerste vluchten in 1953 mee werden uitgevoerd

Op 23 augustus 1956 trad Rudi in het huwelijk met Maria Louise Thijn. Hoewel zijn hele werkzame leven in het teken van de luchtvaart stond, had hij ook voor andere zaken belangstelling. De Surinaamse natuur en bodemschatten vormden zo’n interessegebied. Zo nam hij in 1958 deel aan de expeditie van dr. D.C. Geykes naar de Tafelberg. Onder zijn leiding werd een airstrip aan de voet van de Tafelberg aangelegd.

Luchtfoto’s die Kappel maakte van de Hertenrits in het westen van Suriname, nabij Wageningen, hielpen archeologen bij het in kaart brengen van dit gebied. Rudi Kappel was ook een verdienstelijk amateurschilder en -dichter. Op 26 september 1958 exposeerde hij in het Kabinet van de Gouverneur. Hoewel hij autodidact was, was zijn werk toch van zodanige kwaliteit dat zeventien van de dertig geëxposeerde werken werden verkocht. De Surinaamse regering kocht een stuk met de titel De zittende man, en de schrijver Lou Lichtveld (Albert Helman), die ook bekend stond als kunstcriticus, kocht eveneens een schilderij. In het eerste nummer van Tongoni, een letterkundig tijdschrift dat in februari 1958 verscheen, werd een gedicht van Rudi Kappel opgenomen.

Van de kinderen uit het gezin Kappel-de Boer leven nog de dochters Cornelly, Yolanda en broer Roy. De broers Pedro de Boer en Harold Kappel zijn eerder overleden.

Eerste postvlucht naar Moengo. Uit het persoonlijk album van Kappel

(uit Peter Sanches – Flying on trusted wings: Vijftig jaar Surinam Airways. Licht bewerkt en nieuwe foto’s toegevoegd).

Gedeelde Geschiedenis

Gisteren naar een interessante dag geweest over het slavernijverleden in het Tropenmuseum in Amsterdam.  Daar werd een themadag georganiseerd met als titel  ‘Gedeelde geschiedenis: gesprekken over het slavernijverleden’. 

Deze themadag werd georganiseerd door het Research Center for Material Culture (RCMC). Het RCMC is het wetenschappelijk instituut van het National Museum van Wereldculturen. Reden is het bezoek van Lonnie Bunch, directeur van het Smithsonian National Museum of African American History and Culture.

De afbeelding Happy Room uit de serie Slaves of Holland van fotograaf Nardo Brudet (die hierboven staat afgebeeld) maakte grote indruk op de gasten. Het beeld werd gebruikt in de publiciteitsuitingen voor de bijeenkomst. Het laat zien hoe je op een simpele manier effectief een boodschap kunt overbrengen.

De dag werd geopend door minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en

Minister Jet Bussemaker wordt geïnterviewd door mc Nicole Terborg

Wetenschappen die wees op de rol van erfgoedinstellingen om hun instellingen en collecties te ontsluiten op een verbindende manier.

Er waren korte introducties van Catherina Hall (University of London), Jean Francois Maricom (International Slavery Museum Liverpool) en Alex van Stipriaan (Erasmus Universiteit Rotterdam). Deze gingen over onderzoek naar het slavernijverleden.

Catherina Hall (University of London) vertelde het gehoor over hoe het Verenigd Koninkrijk omgaat met het slavernijverleden (slavery business) en wij kwamen er achter dat ook daar de autochtone bevolking zich ongemakkelijk voelt bij het bespreekbaar maken van dit verleden en dat medewerking van de overheid ver te zoeken is. Zij liet ons zien op welke wijze haar instituut deze geschiedenis digitaal ontsluit en wij kunnen hier op veel punten een voorbeeld aan

Jean Francois Maricom van het International Slavery Museum in Liverpool

nemen.

Jean Francois Maricom (International Slavery Museum Liverpool) liet zien op welke wijze zijn museum de gemeenschap bij haar activiteiten betrekt en hoe belangrijk het is om een draagvlak te creëren. Hij heeft ook een museum in Guadeloupe opgezet en wees erop dat het belangrijk is om je publiek met je boodschap te bereiken. De eerste indruk is belangrijk en hij vroeg het publiek om  terug te denken hoe het voelde als een kind van zes jaar oud. Hoe keek je toen aan tegen zaken. De vertaalslag maken naar jongeren is van belang.

Na de korte introducties en een Q & A sessie onder leiding van Valika Smeulders waren er vijf sessies waaruit kon worden gekozen. Slavernijverleden in erfgoedcollecties; Slavernij: Archieven en onderzoek in Nederland; Slavernij: Kunst en cultuur in Nederland; Slavernijverleden en erfenis in het onderwijs en Verontschuldigingen en eerherstel.

In de eerste sessie over slavernijverleden in erfgoed collecties werd ruim aandacht besteed aan hoe collecties en voorwerpen worden gepresenteerd. Daar valt nogal wat op af te dingen. Decolonizing the museum is een belangrijk onderwerp. Eveline Sint Nicolaas van Rijksmuseum kondigde aan dat het museum een tentoonstelling gaat maken over slavernij.

Sabrina Starke zong drie nummers

In de sessie over verontschuldigingen en eerherstel werd o.a. aandacht besteed aan repentance and reparation. Voorts waaruit reparatie zou moeten bestaan. De middag werd afgesloten met een algemene sessie over slavernijverleden en de gedeelde toekomst. Daar werden actiepunten geïdentificeerd. Duidelijk is dat het gaat om een gedeelde geschiedenis en dat inclusief moet worden gedacht.

De middag werd afgesloten met een sprankelend optreden van Sabrina Starke.

In het avondprogramma kwam de eregast aan het woord. Lonnie Bunch werd geïnterviewd door Wayne Modest. Hij maakte ons deel van zijn ervaring hoe het museum

Lonnie Bunch met Wayne Modest

werd opgezet. Toen twaalf jaar geleden hiermee werd begonnen hadden zij geen collectie. De gemeenschap heeft veel zaken ter beschikking gesteld waardoor bij de opening sprake was van een top collectie. Bunch gaf goede tips, do’s and don’ts. Inclusiviteit en de betrokkenheid van de gemeenschap zijn een rode draad.

Al met al vertrok ik met een kladblokje vol met aantekeningen die het overdenken waard zijn…