Rudi Kappel

Ronald Elwin Kappel werd geboren op 12 november 1926 te Port of Spain, Trinidad. Op vierjarige leeftijd ging hij voor enige tijd wonen bij de broer van zijn moeder, Dolf de Boer, in Paramaribo. Hij bezocht als kleuter de Conradischool, om later naar de Hendrikschool over te gaan. Op zijn dertiende werd hij met zijn moeder herenigd op Curaçao. In familiekringen werd hij liefkozend Sonny genoemd. Vrienden noemden hem Rudi.

Na voltooiing van zijn schoolcarrière op Curaçao, waar hij zijn mulo-diploma behaalde,

Rudi Kappel voor een vliegtuig op Hato, Curaçao

zette Kappel eerst zijn schreden in de handel. Al spoedig bleek dat hij daar niet voor in de wieg gelegd was, aangezien zijn hart ergens anders lag: bij de luchtvaart. Hij vertrok naar Miami voor het volgen van een opleiding tot piloot. Op de Embry Riddle Aviation Training School behaalde hij op 21 augustus 1948 zijn brevet met de bevoegdheden single/multiple engine, land/sea en blindvliegen. Dit brevet werd op 15 februari 1951 in Suriname geldig verklaard.

Na het behalen van zijn brevet kreeg Rudi een vliegtuig cadeau van zijn moeder, Nora Kappel-de Boer. Dit vliegtuig kreeg in Suriname de voorlopige registratie PZ-NAB. Het toestel heeft zijn beoogde thuishaven echter nooit bereikt. Op weg naar Suriname maakte hij op 5 februari 1951 een noodlanding op Aruba. Op ongeveer dertig mijl uit de kust ontstonden er problemen in de benzinetoevoer naar de linkermotor. Omdat het toestel snel hoogte verloor, wilde Kappel niet over de stad naar het vliegveld vliegen, maar besloot hij tot een noodlanding. Die liep gelukkig goed af en Kappel en zijn passagier, de Amerikaan Maurice de Jong, kwamen met de schrik vrij. Na deze valse start groeide Kappel in de jaren daarna uit tot een ware pionier van de Surinaamse luchtvaart. Met zijn zakenpartner Herman van Eyck legde hij de basis voor de latere Surinaamse Luchtvaart Maatschappij (SLM, het huidige Surinam Airways).

Voor de Piper Cub (PZ-NAC met de naam Colibri) waar de eerste vluchten in 1953 mee werden uitgevoerd

Op 23 augustus 1956 trad Rudi in het huwelijk met Maria Louise Thijn. Hoewel zijn hele werkzame leven in het teken van de luchtvaart stond, had hij ook voor andere zaken belangstelling. De Surinaamse natuur en bodemschatten vormden zo’n interessegebied. Zo nam hij in 1958 deel aan de expeditie van dr. D.C. Geykes naar de Tafelberg. Onder zijn leiding werd een airstrip aan de voet van de Tafelberg aangelegd.

Luchtfoto’s die Kappel maakte van de Hertenrits in het westen van Suriname, nabij Wageningen, hielpen archeologen bij het in kaart brengen van dit gebied. Rudi Kappel was ook een verdienstelijk amateurschilder en -dichter. Op 26 september 1958 exposeerde hij in het Kabinet van de Gouverneur. Hoewel hij autodidact was, was zijn werk toch van zodanige kwaliteit dat zeventien van de dertig geëxposeerde werken werden verkocht. De Surinaamse regering kocht een stuk met de titel De zittende man, en de schrijver Lou Lichtveld (Albert Helman), die ook bekend stond als kunstcriticus, kocht eveneens een schilderij. In het eerste nummer van Tongoni, een letterkundig tijdschrift dat in februari 1958 verscheen, werd een gedicht van Rudi Kappel opgenomen.

Van de kinderen uit het gezin Kappel-de Boer leven nog de dochters Cornelly, Yolanda en broer Roy. De broers Pedro de Boer en Harold Kappel zijn eerder overleden.

Eerste postvlucht naar Moengo. Uit het persoonlijk album van Kappel

(uit Peter Sanches – Flying on trusted wings: Vijftig jaar Surinam Airways. Licht bewerkt en nieuwe foto’s toegevoegd).

Print Friendly, PDF & Email